Deze column is eerder verschenen in Geo-info 2024-2 https://geoinformatienederland.nl/

In de buitenmuur van de Mezquita in Cordoba binden zich een aantal toegangspoorten. Op het eerste gezicht lijken ze erg op elkaar: dubbele openslaande deuren die bekleed zijn met iets dat lijkt op goud in een enorm rijk gedecoreerde deurstijl. Ik telde er zo’n 10. Als je zo langs de portalen loopt, lijken ze allemaal redelijk hetzelfde. Maar kijk je beter, dan zie je subtiele verschillen in details. De arabesken van het steenhouwwerk wijken bijna allemaal iets van elkaar af. Bij de een buigen de rankjes aan het eind naar links, de andere keer naar rechts. Soms zijn de blaadjes in de knop, soms open.
Het verhaal gaat dat de variaties bedoelt waren om de duivel te misleiden en daardoor buiten te houden, dat hij door de bomen het bos niet meer zou zien. De steenhouwers van de Mezquita wilde hun vakmanschap, kunstenaarschap, tonen door variatie aan te brengen in details, de geometrie te beheersen, en meesters te worden in het misleiden van de duivel. Uiteraard moesten ze zich daarbij strikt houden aan de kaders van het grotere geheel, de eisen en wensen van de architect. Want zonder bredere patronen en kaders zou het een allegaartje worden, een helse chaos.
Kijk je met een andere blik naar die toegangspoorten, met wat afstand, dan zie je de details minder, maar de patronen en de verbanden beter. Dat is meer de blik van de architect, iemand die oog heeft voor het bos, iemand die iets vind van de samenhang van het grotere geheel.
Het is een voortdurende uitdaging om die twee gezichtspunten, die naar de bomen en die naar het bos, met elkaar in balans te houden. De details zorgen er voor dat je er naar blijft kijken, dat het oogstrelend is, dat je er in gezogen wordt, dat je jezelf er in kunt verliezen. Maar de patronen maken het geheel herkenbaar en harmonieuzer. Ze zijn bedoeld om herhaalbaar te zijn en ze maken vergelijken mogelijk.
Ik hou zowel van de bomen als het bos, van de datapoints, de regels, de context en de metadata. Ik laat me daarbij inspireren door wat de antropoloog Clifford Geertz in 1973 als methode introduceerde: de Thick Description. Deze ‘dikke beschrijving’ houdt in dat je naast de observaties die je doet (de datapoints) ook zoveel mogelijk de context beschrijft (metadata) en de waarneembare patronen benoemd.
Soms is het zo’n verademing om naast de uitgestrekte data-oerwouden en moerassen data ook eens stil te staan en te genieten van een kleine, dik beschreven, contextvolle, met liefde voor details dataset. Om je even niets aan te trekken van de stromen toeristen in een grote stad en een paar ornamenten van de Mezquita te observeren en nog eens beter te observeren.
