Ik woon in een wijk die zo’n 15 jaar geleden is gebouwd. De twee toegangswegen gaan beide over een brug. Om de zoveel tijd, onvoorspelbaar wanneer, zakt de bestrating aan de randen weg. Je rijdt dan een tijdje door een kuil, een tegenovergestelde drempel, totdat er voldoende klachten bij de gemeente binnenkomen en het wegdek gerepareerd wordt. De locatie van de verzakkingen is bijna altijd dezelfde, alleen wanneer het weer zover is, lijkt willekeurig. Bijna iedereen in de wijk is er een beetje aan gewend geraakt.
De bodem, de ondergrond, het grondwater – ze lijken eigen regels te hebben. Blijkbaar is het efficiënter om af en toe het wegdek te vernieuwen dan om de oorzaak te onderzoeken en het probleem structureler aan te pakken. Of ze weten het gewoon niet zeker genoeg en is de informatie over wat er onder die brug gebeurt gewoon vaag: “verzakt soms, meestal aan de randen, redelijk voorspelbaar maar ook weer niet echt”.
Meten is weten, maar met ‘ongeveer’ kun je meer
Al jaren probeer ik de bodem, de ondergrond, het water – en vooral de menselijke observaties daarover – te vatten in data en modellen. Handgeschreven aantekeningen uit de jaren zestig, met vage aanduidingen als “vanaf ongeveer 3 meter”, naast de schijnnauwkeurigheid van metingen met tig cijfers achter de komma. Hoe modelleer ik in hemelsnaam ‘ongeveer’ samen met ‘picometer’.
Ik zie het regelmatig gebeuren: data wordt geaggregeerd, gemiddeld, gladgestreken – en de onzekerheid verdwijnt geleidelijk uit beeld. Alsof het middelen van onzekere metingen tot zekerheid leidt. Alsof voldoende volume de kwaliteit verbetert.
Het tegenovergestelde is waar. Aggregatie vermenigvuldigt onzekerheid, het middelt haar niet weg. Claude Shannon – naar wie de AI-assistent is vernoemd – legde dit al vast in zijn informatietheorie: een meting zonder onzekerheidsmarge bevat minder informatie dan een meting mét marge. Want die marge vertelt je iets essentieels, namelijk wat je niet weet. Hoe onvoorspelbaarder een bericht, hoe meer informatie het bevat.
Het omarmen van twijfel
Onzekerheid is lastig. We willen eigenlijk zelden horen: “We weten het niet zeker, want we hebben slechts op drie plekken gemeten, waarvan twee metingen uit 1961 en één met onbekende betrouwbaarheid.” Toch kan die eerlijkheid verfrissend zijn – weten dat je het niet weet – want de werkelijkheid is complex en variabel.
Die brug in mijn wijk blijft verzakken. De gemeente blijft repareren. Misschien hebben ze inmiddels een patroon ontdekt – verzakking om de zoveel maanden, afhankelijk van grondwaterstand, temperatuur, verkeersdrukte. Of misschien hebben ze de onzekerheid al lang omarmd: gewoon wachten tot de klachten komen, dan repareren. Een soort reactief systeem zonder pretentie van voorspelbaarheid.
Ik begin steeds meer te denken dat dit niet eens zo’n slechte aanpak is. Misschien moet ik ophouden met het najagen van schijnzekerheid en beginnen met het bewust omarmen van twijfel. Meten is weten, maar met ‘ongeveer’ kun je meer. De moed om toe te geven dat je het niet precies weet, is het begin van echte kennis.
