Deze column is eerder verschenen in Geo-info 2025 2 https://geoinformatienederland.nl/
Aan de rand van Nederland ligt het Bargerveen, een zeldzaam en kwetsbaar stukje hoogveen. Er is nog maar fractie over van het oorspronkelijke oppervlak aan hoogveen in Nederland. Ooit was ongeveer éénderde van Nederland er mee bedekt, nu nog maar minder dan 1%. Midden in het Bargerveen staat een meetstation. Het meetstation is onderdeel van het Meetnet Ammoniak in Natuurgebieden (MAN) en meet de concentratie ammoniak in de lucht en ook de wervelingen van de lucht. Ammoniak is een van de belangrijkste bronnen van stikstof en stikstof en hoogveen gaan niet goed samen. De gegevens van het meetstation zijn cruciaal voor het helpen berekenen hoeveel stikstof daadwerkelijk door planten wordt opgenomen. Dus hoeveel stikstof een natuurgebied aankan, voordat het verandert van veenpluis en wollegras naar brandnetels en bramen.

Hoe stikstof in de natuur terechtkomt en welk effect het daar heeft, is een complex proces. Vergelijkbaar complex als de informatieketen die nodig is om van het meetstation in het Bargerveen te komen tot toekomstbestendige beleid om het veen te behouden. Een simpele meetwaarde, een klein stukje data, vervormd in de informatieketen al snel tot een politiek argument. Het is als het fluisterspel op kinderfeestjes waarbij een woord bij ieder fluisterend kind verandert naar iets met een heel andere betekenis. Ieder onderzoeksinstituut, belangenvereniging en uitvoeringsorganisatie en bestuurslaag kent zijn eigen netwerk van betekenis en voegt zijn eigen interpretatie toe aan de oorspronkelijke meetgegevens; van millimol naar handvol.
Een gedeelde taal helpt, maar is niet genoeg. Sterker nog: een succesvolle samenwerking vereist niet per se één taal. Kijk naar federale staten als Canada, België of Zwitserland — samenlevingen waarin meerdere talen naast elkaar bestaan, in India maar liefst 22. In het toch wel succesvolle Zwitserland hebben de kantons gedeelde afspraken en verantwoordelijkheden, maar zijn niet gecentraliseerd, en hebben voldoende autonomie.
De federatieve gedachte zoals die in Zwitserland is het verkennen waard: samenhang bereiken zonder alles centraal te regelen en met een focus op coördinatie, erkenning en respect. Zo zou je ook naar data en informatieketens kunnen kijken. Met een federatieve gedachte blijven data bij de bron, beheerd door de partij die ze het best kent en begrijpt. Zo behouden ze hun autonomie – want daar zijn we eigenlijk best wel aan gehecht – en toch zijn de data dankzij gedeelde semantiek en afstemming bruikbaar voor anderen in de keten.
Vooral complexe maatschappelijke opgaves waar veel organisaties bij betrokken zijn, zijn interessant om federaal aan te pakken. Een succesvolle federatieve informatieketen vraagt om meer dan standaarden, meer dan een gedeelde taal en meer dan correcte data. Het vraagt om erkenning en respect van elkaars perspectief en om ruimte voor gezamenlijke modellering van de werkelijkheid.
Het vergt even zoeken en doorklikken, maar via de website van Zicht op Nederland kun je bij de site van Realisatie Interbestuurlijke Datastrategie komen. Hier wordt de ontwikkeling van het Federatief Datastelsel geschetst, met de quote: “Het FDS is geen ICT-systeem of datapakhuis, maar een vertrouwensraamwerk met afspraken, standaarden, voorzieningen en stelselfuncties.”
De samenwerking die nodig is om een complex ecosysteem zoals het Bargerveen te beschermen en door te ontwikkelen, is zichtbaar in het veld. Op een van de informatieborden langs mijn wandeling over het veen staan de logo’s van de samenwerkingspartners die betrokken zijn bij het behoud van het veen, het zijn er veel en ze zijn divers. Gelukkig lees ik ook dat het veen in 55 jaar tijd aangegroeid is van 66 hectare naar meer dan 2300 hectare. Dat is hoopvol.
