Een aantal jaar geleden bracht ik een bezoek aan de Hopar-gletsjer in de Northern Territories van Pakistan. Een eerste bezoek aan een heuse gletsjer.
Eerder verschenen in GIS-magazine 2009-3
De trektocht over het ijs was een bijzondere ervaring: het landschap was onwerelds en de vergezichten waren magnifiek. Met een snelheid van pakweg twintig centimeter per dag ‘raast’ de gletsjer naar beneden en voedt daar één van de levensaders van Pakistan, de Indus.
De gids van de trekking – maak nooit een trekking over een gletsjer zonder gids – loodste ons langs onpeilbare en verraderlijk diepe kloven in het ijs. Onder het klauteren raapte hij verschillende steentjes op. Hij liet ze tijdens een rustpauze zien. In zijn hand hield hij stenen met half verborgen halfedelstenen; zirkoon, toermalijn en aquamarijn. Toen we ons hadden verlustigd, wees hij hier en daar naar het ijs en overal waar hij wees lagen de stenen met de kristallen. Vanaf dat moment zag ik ze overal liggen, zakken vol schatten gingen er uiteindelijk mee naar huis.
Dat beeld van die kristallen die voor het oprapen liggen als je maar goed kijkt. Het schoot door mijn hoofd toen een ambtenaar me laatst om hulp vroeg bij het omzetten van zijn lijnenspel naar objecten. Het naar elkaar toe groeien van de CAD-wereld en de GIS-wereld, want daar hebben we het hier over, is zo’n ongepolijste halfedelsteen. Een ontwikkeling waar je in sales-events met open mond aan staat te vergapen, mooi, maar ver van je bed.
Kijk je goed, dan kom je ze vanzelf tegen. De juweeltjes die me vooral aanspreken en die ik inmiddels regelmatig om me heen zie, zijn: de veranderde focus van kaart naar proces, business-rules op geo-data, het leveren van WFS/XML-services. Maar ook mash-ups met 3D-data en Google Earth, data-training en business intelligence op geo-datawarehouses. Allemaal innovaties die geen hype zijn.
Het is niet echt vreemd dat je deze schatten vooral bij de overheid tegen komt. De overheid is als de Hopar-gletsjer: schijnbaar bewegingsloos, maar gestaag doorschurend en niet te stoppen. Maar ook met verraderlijke kloven als bureaucratie en formalisme. Zo worden uiteindelijk de innovatieve juweeltjes uitgeslepen en komen ze aan het oppervlak.
Zeker in deze tijd van crisis levert de overheid een gestage vraag naar ICT-diensten en voedt daarmee een levensader van onze economie.
