Eerder verschenen in GiSMagazine Juni 2009
Het werken in het buitenland is me niet vreemd en ik heb me in vrij extreme omstandigheden weten te redden door niet al te hoge verwachtingen te koesteren en veel te improviseren. Maar dat gevoel van spontaneïteit, onvoorspelbaarheid en avontuur is de laatste jaren wat op de achtergrond geraakt. Meer vooraan staan nu: projectmatig werken volgens duidelijk omschreven plannen, vol structuur, met beheerste risico’s in een vertrouwde Nederlandse omgeving.
Tot daar dat klusje in Finland voorbij kwam. Ik moest een cursus Oracle Spatial in Helsinki geven voor een grote Finse system integrator. Het contact was verlopen via mail en een conference call. Ook al ging de conference call met horten en stoten, de mailtjes waren in vlekkeloos Engels. De voorwaarden en afspraken waren helder geformuleerd en naar ieders tevredenheid in een contract opgesteld. Tot zover leek alles vertrouwd en onder controle.
Maar natuurlijk liep het allemaal anders. Van mijn kant, moet ik eerlijk toegeven, waren de verwachtingen behoorlijk hoog. Het bijstellen daarvan begon eigenlijk al op het vliegveld van Helsinki; niemand stond me op te wachten. De lesomgeving werkte niet goed, de gevraagde software was niet geïnstalleerd en systeemwachtwoorden waren niet bekend. Daarnaast was de bediening van de apparatuur in onleesbaar Fins.
De cursisten waren toch moeilijker te peilen dan gedacht. Ik kreeg te horen dat een eerdere docent halverwege de cursus had afgehaakt. Betekende dit dat ze juist hoge eisen hadden en kritisch waren omdat ik uit het buitenland kwam, of waren ze dat juist niet omdat ze de hoop hadden laten varen? Tijdens de eerste dag kreeg ik weinig grip op de groep. Er kwamen geen vragen over de uitgelegde stof; deed ik het echt zo goed, of begrepen ze me niet. Ik kreeg überhaupt nauwelijks reactie, vonden ze het boeiend, ze waren wel stil, maar waren ze niet altijd stil? De cursisten waren vanuit heel Finland gekomen en overnachtten in hotels. Leuk, interessant, dacht ik, dan kunnen we ook samen dineren en hebben we er sociaal ook nog wat aan. In een informele setting kon ik vast eenvoudiger achter hun wensen en behoeftes komen en daarop anticiperen in het vervolg van de cursus. Maar de eerste dag was nauwelijks voorbij of iedereen was als bij toverslag verdwenen. Het liet me lichtelijk verwonderd achter.
Dat is het interessante; de theorie leert dat je moet anticiperen op verwachtingen, zodat de kans voor alle betrokkenen op een geslaagd resultaat vergroot wordt. Maar hier was domweg geen tijd of mogelijkheid om grondig te bespreken wat we van elkaar wilden en nodig hadden. Hoe kon ik hun verwachtingen en de mijne managen als er geen sprake was van wederzijdse communicatie? Een pragmatische, praktische instelling leek me in dit geval veel handiger. Even geen duidelijk gestructureerd plan, maar teruggrijpen op niet geheel risicoloze improvisatie, met veel humor en hard werken.
Ook de laatste dag eindigde op dezelfde bijzondere manier als de eerste dag. Twee van de zestien cursisten gaven me een hand, de anderen liepen langs me en gaven een vriendelijk knikje en weg waren ze. In de evaluatieformulieren stond in helder Engels beschreven dat de cursus precies overeen kwam met de verwachtingen.
