Waar Had Ik Dat Lijstje Ook Alweer Gelaten?

Deze column is eerder verschenen in Geo-info 2025 3 https://geoinformatienederland.nl/

Het idee voor deze column ontstond tijdens mijn laatste vakantie in de Pyreneeën. Vroeg in de ochtend hoor ik een uil roepen. Het onderscheiden van uilengeluiden is niet mijn sterkste kant, dus ik open mijn Merlin Bird-ID app die direct het geluid analyseert: een bosuil. Ik registreer de uil in Merlin en hij komt netjes in mijn ‘levenslijst’ met de coördinaten van de observatie er bij. Tussen het opslaan van vogelobservaties, het plannen van wandelingen, en het delen van foto’s realiseerde ik me dat onze digitale herinneringen steeds meer versnipperd raken over tientallen apps en platforms.

Versnipperde gegevens

Voor mijn wandelingen in de Spaanse bergen gebruikte ik eerst Komoot, maar vond maar weinig interessante routes, dus stapte ik over op Wikiloc. Beide hebben een app voor mijn Garmin horloge die de wandelingen meteen synchroniseert met Strava. Voor mijn vogelobservatie gebruikte ik altijd BirdNet, maar ik ben recent overgestapt op Merlin. Weer een app die een stukje van mijn natuurbeleving vastlegt. 

Al deze apps slaan mijn gegevens op in hun eigen hoekje van de cloud. Allemaal verspreid over verschillende servers wereldwijd. Mijn geschiedenis, mijn observaties, mijn locaties – overal en nergens tegelijk. Wanneer je data verspreid staat over tientallen platforms, verlies je niet alleen overzicht – je verliest eigenlijk je digitale geheugen. Als ik wil weten wanneer ik voor het laatst een steenarend heb gezien? Dan moet ik zoeken in Merlin Bird ID – of was het BirdNet – voor de waarneming, in Google Photos voor de foto, in Komoot voor de wandelroute. Elke app heeft zijn eigen versie van mijn werkelijkheid, maar geen enkele heeft het complete plaatje. 

Mijn brondata

Hier ligt een fundamenteel ontwerpprobleem. In plaats van dat elke app zijn eigen versie van mijn data maakt, zouden ze toegang moeten krijgen tot data die bij mij blijft – de eigenlijke bron. 

Stel je voor: één digitale plek waar al mijn data samenkomt en ik de regie houd. Geen nieuwe silo, maar één persoonlijke dataspace waar alle apps hun gegevens mogen ‘parkeren’ – met mijn toestemming. Wanneer ik die wandeling in Noord-Spanje maak, komen automatisch samen: mijn route, mijn hartslag, mijn vogelobservaties, mijn foto’s, en zelfs het weer van die dag. Allemaal gekoppeld aan dezelfde tijd en locatie. 

Inmiddels gebruik ik zoveel verschillende apps dat ik soms niet meer weet welke ik waarvoor heb gebruikt. Het voelt alsof er overal Excel-lijstjes en notities zijn verspreid. En waar had ik dat lijstje ook alweer gelaten? Was het in Komoot, AllTrails of Wikiloc waar ik mijn routes had gepland? Het is bijna onmogelijk om overzicht te houden. Ik wil gewoon kunnen vragen: ‘Was dat vorige zomer dat we die steenarend zagen, of was het de zomer daarvoor?’ Zonder dat ik daarvoor vijf verschillende apps hoef te doorzoeken. 

Anders denken

De uitdaging zit hem in het anders denken. Apps zouden niet hun eigen data moeten vastzetten, maar juist samen moeten werken. En wij, als mensen, zouden zelf meer de regie moeten nemen over onze digitale administratie. 

Tijdens vakantie vergeet je wel eens de tijd, dat hoort erbij. Daarom is het soms fijn als iemand of iets anders voor jou die tijd en plek onthoudt. Maar dan wel op jouw voorwaarden, in jouw eigen digitale wereld. 

Halverwege mijn vakantie meldt mijn broer zich vanuit een andere hoek van Europa: ‘Volg mij op PolarSteps!’ En ik denk: oh ja, die app bestaat ook nog, die was ik helemaal vergeten. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *