Deze column is eerder verschenen in Geo-info 2025 4 https://geoinformatienederland.nl/
Algoritmes zijn overal aanwezig, zelfs op plekken waar je ze niet meteen zou verwachten. Neem bijvoorbeeld de Mercator-projectie, het algoritme dat aan de basis ligt van de meeste online kaarten. Deze wiskundige formule, zet geografische coördinaten om naar een plat vlak. Gerardus Mercator, de briljante Vlaamse cartograaf en wiskundige die deze projectie pakweg 500 jaar geleden ontwikkelde, deed dit met een duidelijk doel voor ogen: het vergemakkelijken van de navigatie op zee met zo min mogelijk hulpmiddelen.
Dat deze projectie tot een vertekend beeld van de wereld, weten we eigenlijk ook wel, maar werd onlangs weer duidelijk toen ik een kaartje zag met de titel ‘How Many Countries Fit in Africa?’. Ook mijn buren wezen me op een groot artikel in de NRC gelezen, met ongeveer dezelfde strekking. Enkele Afrikaanse NGO’s laten zien hoe Afrika op veel kaarten kleiner lijkt dan het in werkelijk is. Het kaartje toont dat je India, China, de VS en grote delen van Europa allemaal in Afrika kunt plaatsen, terwijl een Mercator-kaart het continent juist veel compacter doet lijken.
Het interessante is dat Mercator’s algoritme landen rond de evenaar eigenlijk vrij accuraat weergeeft. Het zijn noordelijke gebieden – Europa, Noord-Amerika, Groenland – die vergroot worden. Mercator maakte een bewuste keuze: zeilers konden met zijn kaart een rechte lijn trekken tussen twee punten en die koers constant aanhouden, een loxodroom. Navigatiegemak ging boven oppervlakte-nauwkeurigheid. Voor de 16e-eeuwse scheepvaart was dat logisch.
Maar toen diezelfde kaart de standaard werd voor atlassen en klaslokalen, verschoof de context. Wat bedoeld was voor navigatie werd gebruikt voor een wereldbeeld. Het kwam westerse grootmachten best goed uit dat hun continenten er groter uitzagen. Zo ontstaat bias in algoritmes: niet per se door kwade bedoelingen, maar doordat de wereld verandert, terwijl de formule hetzelfde blijft. Tegenwoordig is de Mercator’s algoritme nog steeds de meest gebruikte projectie omdat het heel geschikt is voor internetkaarten.
Dat lokale context uitmaakt, weten we in Nederland als geen ander. We hebben immers het Rijksdriehoekstelsel. Het RD-stelsel is niet bedacht uit eigenzinnigheid, maar heel praktisch, en heel Nederlands, uit fiscale overweging: belastingheffing op grondeigendom. In de 19e eeuw moest elk kadaster perceel precies in kaart gebracht worden, met nauwkeurig gemeten oppervlaktes, voor belastingheffing. Het zou voor Nederlanders ondenkbaar zijn dat een internationale kaartdienst Nederland systematisch vervormd weergeeft omdat dat “technisch handiger” is. We hechten waarde aan hoe Nederland op de kaart staat.
Maar context gaat verder dan geografie alleen. Het maakt ook uit wat je wilt bereiken. Voor modelberekeningen — zoals stikstofverspreiding of waterkwaliteit — is de gekozen projectie vaak minder cruciaal. Maar zodra je resultaten communiceert, wordt het echter essentieel. Een stikstofkaart in Mercator-projectie laat noordelijke gebieden onevenredig groot lijken, terwijl dezelfde data in een oppervlaktegetrouwe projectie een heel ander verhaal vertelt. Context bepaalt de keuze: waar ben je, en wat wil je ermee bereiken?
Dit mechanisme herkennen we uit onze eigen praktijk: technische keuzes hebben consequenties, ook bij visualisaties. Het gaat niet om het verbieden van Web Mercator of andere projecties, maar om duidelijk te maken wanneer we kiezen voor welke projectie en waarom. Door te erkennen dat zelfs een 500 jaar oud algoritme niet neutraal is
